het Kinderverdrag
Hieronder vindt u een vereenvoudigde versie van het kinderverdrag Het Verdrag telt in totaal 54 artikels. Artikels 42 tot 54 hebben betrekking op de implementatie en inwerkingtreding van het Verdrag. Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind Artikel 1 Elke persoon jonger dan 18 jaarwordt door het verdrag als kind omschreven tenzij de nationale wetgeving de meerderjarigheid op vroegere leeftijd toekent. Artikel 2 Alle in het Verdrag omschreven rechten staan ter beschikking van alle kinderen ongeacht hun ras,huidskleur, geslacht, moedertaal,geloofsovertuiging, politieke of andere opvattingen, nationale, ethnische of maatschappelijke afkomst, mogelijkheden, gebreken, geboorte of andere status. Artikel 3 Alle acties die betrekking hebben op het kind moeten in zijn of haar belang genomen worden. Artikel 4 De staten moeten het Verdrag in werkelijkheid omzetten. Artikel 5 De staten moeten eerbied tonenvoor de rechten en verantwoordelijkheden van de ouders om te voorzien in een passende begeleiding van het kind. Artikel 6 Elk kind heeft het recht op leven. Artikel 7 Elk kind heeft het recht op een naam en een nationaliteit en, voor zover mogelijk, het recht zijn/haar ouders te kennen en door hen te worden verzorgd. Artikel 8 Elk kind heeft het recht op bescherming van zijn/haar nationaliteit door de staat. Artikel 9 Elk kind heeft het recht om bij zijn/haar ouders te leven, tenzij dit niet in het belang van het kind zou zijn. Elk kind heeft het recht om in persoonlijk contact te blijven met beide ouders wanneer het van één of beide gescheiden leeft. Artikel 10 Elk kind heeft het recht om zijn/haar land vrij te betreden of te verlaten, of een ander land te betreden om zich met zijn/haar gezinsleden te herenigen en de ouder-kind relatie te onderhouden. Artikel 11 Elk kind heeft het recht op bescherming van de staat wanneer het door één van zijn/haar ouders onrechtmatig naar het buitenland wordt meegenomen. Artikel 12 Elk kind heeft het recht zijn/haar eigen mening te vormen en deze vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen. vrijheid om inlichtingen en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en door te geven. Artikel 14 Elk kind heeft het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Artikel 15 Elk kind heeft het recht om met andere kinderen samen te komen en verenigingen te vormen. Artikel 16 Elk kind heeft het recht op bescherming van willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn/haar privéleven, gezinsleven of briefwisseling alsook tegen elke onrechtmatige aantasting van zijn/haar eer en goede naam. Artikel 17 Elk kind heeft het recht op toegang tot informatie en materiaal uit verscheidene bronnen alsook de bescherming tegen informatie en materiaal die schadelijk zijn voor zijn/haar welzijn. Artikel 18 Elk kind heeft het recht op bijstand en voorzieningen voor de ouders of wettige voogden. Artikel 19 Elk kind heeft het recht op bescherming tegen mishandeling door ouders of voogd. Artikel 20 Elk kind heeft het recht op bescherming wanneer hij of zij tijdelijk of permanent buiten het gezin verblijft met erkenning van zijn/haar culturele achtergrond. Artikel 21 Elk kind heeft het recht op het uitvoeren van een adoptie in zijn/haar eigen belang. Artikel 22 Elk kind heeft het recht op een specifieke bescherming voor vluchtelingen. Artikel 23 Elk kind heeft het recht voor gehandicapten, op een aangepaste verzorging en onderwijs omhem/haar een volwaardig en behoorlijk leven te verzekeren in omstandigheden die zijn/haar waardigheid verzekeren, zijn/haar zelfstandigheid bevorderen en zijn/haar actieve deelname aan het gemeenschapsleven vergemakkelijken. Artikel 24 Elk kind heeft het recht op de hoogste graad van gezondheid en medische verzorging. Artikel 25 Elk kind heeft het recht op een periodieke evaluatie van zijn/haar toestand indien hij/zij uit huis is geplaatst ter verzorging, bescherming of behandeling. Artikel 26 Elk kind heeft het recht op het genot van sociale zekerheid. Artikel 27 Elk kind heeft het recht op een levensstandaard die toereikend is voor zijn/haar lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en sociale ontwikkeling. Artikel 28 Elk kind heeft het recht op onderwijs en gratis basisonderwijs. De handhaving van de discipline op school moet verenigbaar zijn met de menselijke waardigheid en in overeenstemming verlopen met het Verdrag. Artikel 29 Elk kind heeft het recht op onderwijs dat hem/haar voorbereidt op een actief,verantwoordelijk leven als volwassene in een vrije samenleving met respect voor anderen en de omgeving. Artikel 30 Elk kind heeft het recht om zijn/haar cultuur en godsdienst te beleven en zijn/haar eigen taal te spreken. Artikel 31 Elk kind heeft het recht op rust en vrije tijd, op deelname aan spel en het culturele en artistieke leven. Artikel 32 Elk kind heeft het recht op bescherming tegen economische uitbuiting en werk dat gevaarlijk is of zijn/haar opvoeding zal hinderen of schadelijk zal zijn voor de gezondheid en zijn/haar fysieke, mentale, geestelijke, zedelijke en sociale ontwikkeling. Artikel 33 Elk kind heeft het recht beschermd te worden tegen het gebruik van verdovende middelen of betrokken te worden in de verkoop of productie van deze middelen. Artikel 34 Elk kind heeft het recht op bescherming tegen seksuele uitbuiting of misbruik. Artikel 35 Elk kind heeft het recht op bescherming tegen ontvoering of de verkoop van of handel in kinderen. Artikel 36 Elk kind heeft het recht op bescherming tegen elke vorm van uitbuiting. Artikel 37 Elk kind heeft het recht niet te worden onderworpen aan foltering of aan een andere onmenselijke behandeling of bestraffing. In gevangenschap wordt het kind gescheiden gehouden van volwassenen. Hij of zij kunnen niet ter dood veroordeeld of levenslang opgesloten worden en hij of zij beschikt over het recht op juridische bijstand en contact met familieleden. Artikel 38 Elk kind heeft het recht om, indien jonger dan 15 jaar, niet in het leger ingelijfd te worden of rechtstreeks deel te nemen aan de vijandelijkheden. Artikel 39 Elk kind heeft het recht op lichamelijke en geestelijke verzorging en herintegratie in de maatschappij indien hij/zij het slachtoffer is van gewapende conflicten, foltering, verwaarlozing, mishandeling of uitbuiting. Artikel 40 Elk kind heeft het recht op, indien hij/zij beschuldigd wordt van een misdrijf, een behandeling die aangepast is aan zijn/haar leeftijd en waardigheid en die zijn/haar herintegratie in de maatschappij bevordert. Artikel 41 Elk kind heeft het recht om geïnformeerd te worden over deze beginselen en voorzieningen in het land waarin hij/zij leeft.
Het Kinderverdag
Het VN- Verdrag inzake de rechten van het kind
(vereenvoudigde versie)
Artikel 13 Elk kind heeft het recht om zijn/haar mening vrij te uiten en de
