Kinderrechten in Suriname
Hier vindt u informatie over kinderrechten 1. fundamentele rechten en vrijheden; 2. rechten die het kind vrijwaren van gevaren die een bijzondere bedreiging vormen zoals fysieke en psychische mishandeling, ontvoering, seksuele en economische exploitatie; 3. rechten die de ontwikkeling van het kind bevorderen door middel van de toegang tot de basis noodzakelijkheden zoals onderwijs, culturele activiteiten en spel; 4. het recht op participatie en informatie; 5. rechten betreffende de overleving van kinderen. . Suriname is op 1 maart 1993 partij geworden bij het kinderverdrag, welke de ontplooiing en het welzijn van het kind beoogt. Dit verdrag is op 20 november 1999 gepubliceerd in het verdragenblad van ons land. Suriname heeft geen reserveringen gemaakt ten aanzien van dit verdrag, hetgeen betekent dat ons land achter alle verdragsbepalingen staat. Er zijn echter enkele landen, zoals Engeland en India, die wel reserveringen hebben gemaakt. Daarnaast hebben de Verenigde Staten van Amerika, vanwege hun federaal politiek systeem, en Somalië, vanwege de oorlogssituatie, deze conventie niet ondertekend. Naast dit kinderverdrag zijn tal van mensenrechtenverdragen en enkele regionale akkoorden speciaal voor kinderen door Suriname ondertekend:het Belize-akkoord, bij welk akkoord rechten van kinderen in het Caraïbisch gebied zijn erkend, en het Lima-akkoord, dat rechten van kinderen in Zuid-Amerika regelt. Opeenvolgende regeringen van Suriname hebben internationale verdragen ondertekend zonder zich voldoende bewust te zijn van de consequenties van ratificatie van deze verdragen. Voorafgaand aan, maar ook na de ratificatie van het Kinderverdrag, ontbrak er een gedegen voorlichting met betrekking tot het verdrag. Dit is één van de redenen waarom het bewustwordingsproces met betrekking tot de rechten van kinderen traag op gang is gekomen. Een vluchtige evaluatie van de nationale wetgeving geeft aan dat het proces van het in overeenstemming brengen van de nationale wetgeving met het Kinderverdrag en andere internationale minimum standaarden in een te laag tempo plaatsvindt. Daarnaast schiet de wettelijke bescherming van kinderen ernstig tekort. Er zijn ook geen speciale of onvoldoende beschermingsbepalingen voor groepen van kinderen die speciale wettelijke bescherming behoeven, zoals kinderen met een beperking, besmet met- of beinvloed door HIV en kinderen in kindertehuizen. In onze wetgeving ontbreken verder voldoende sancties bij geweld tegen kinderen binnen het gezin, op school en in (kinder)tehuizen. De Surinaamse zedenwetgeving voldoet geruime tijd niet meer aan de hedendaagse opvattingen. Na toetsing aan het Kinderverdrag en internationale minimum standaarden blijkt dat ons strafrechtssysteem betreffende kinderen dringend aangepast moet worden. We zien ook dat het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van kinderen onvoldoende tot uiting komt in de wetgeving. Over het algemeen kan worden gesteld dat onze wetgevende macht niet voldoende aandacht besteed aan kinderen. Het VN-Committee inzake de Rechten van het Kind heeft daarom in juni 2000 en januari 2007 terecht aanbevolen dat de Surinaamse overheid haar streven moet vergroten om het non-discriminatie beginsel te laten doorwerken ten aanzien van kinderen en dat zij verder passende maatregelen moet nemen om de Surinaamse wetgeving in overeenstemming te brengen met het Kinderverdrag. Suriname kent verder nog geen kinderrechters en kinderadvocaten. Ook bij het Openbaar Ministerie is er geen specialisatie met betrekking tot kinderrechten. Een kinderombudsbureau, waar kinderen informatie en hulp kunnen krijgen, is ook nog niet ingesteld. Heel belangrijk is hoe wij als volwassenen tegen kinderen “aankijken”. Zien wij kinderen als zelfstandige dragers van rechten en plichten, als speciale subjecten van onderzoek en planning? Geven wij kinderen daadwerkelijk die ruimte en bescherming waar ze recht op hebben? Wanneer een kind met de justitie in aanmerking is gekomen, zien wij een “kleine crimineel” of zien we een kind dat recht heeft op een eerlijk proces en een menswaardige behandeling? Zien we een “wild” meisje van 15 jaar dat in de prostitutie is terechtgekomen of zien we een misbruikt en verwaarloosd kind dat probeert te overleven? En wordt het moeilijk voor ons om het verschil te zien tussen “kinderwerk” en “kinderarbeid” wanneer wij om 9 uur ’s avonds een krant kopen bij een kind van nog geen zeven jaar oud? Kinderrechten promoten heeft niets te maken met het “ophitsen” van kinderen tegen volwassenen, het kweken van wantrouwen tegenover verantwoordelijken, het niet respecteren en erkennen van gezag, of het stimuleren van “brutaliteit”. Kinderen bewust maken van hun rechten heeft alles te maken met internationale en nationale verschijnselen zoals kinderpornografie, kinderprostitutie, kinderhandel, kinderen die niet naar school kunnen , kinderen die mishandeld worden , zwerfkinderen, kinderen die hard moeten arbeiden, kinderhuwelijken, kind-koeriers in drugszaken, met HIV besmette kinderen, of kinderen die letterlijk sterven van de honger.

Rechten van kinderen in een apart verdrag
tekst: Mw mr.Sharon Geerlings-Headley
Op 20 november 1989, werd het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen. Op dit moment zijn er 191 staten partij bij dit verdrag. Dit verdrag waarborgt een scala van fundamentele mensenrechten hetgeen uniek is omdat dit nooit eerder in een verdrag is gebeurd. Vijf groepen van rechten worden in dit verdrag geregeld. Deze zijn:Suriname maakt kennis met deze ontwikkeling
Implementatie van het Kinderverdrag
Opvattingen over kinderen
*Niets uit dit artikel mag worden overgenomen zonder toestemming van GEZIN en RECHT
